Met het werkelijk waar prachtige Burst Apart heeft het New Yorkse The Antlers één van betere platen van 2011 uitgebracht. Logisch gevolg is dan ook dat de kaartjes voor het optreden in de Oude Zaal van de Melkweg als versgebakken broodjes over de toonbank vlogen.
De zaal staat tijdens support-act Dry The River al afgeladen vol. De Britse folkrockers spelen een krachtige setlist en dankzij de spetterende podiumpresentatie gaan de handen al flink op elkaar. Tijdens afsluiter 'Lion's Den' is er een hoofdrol weggelegd voor violist Will Harvey, zijn prachtige speelwijze tilt het nummer naar een ander niveau.
Normaliter is The Antlers een driemansformatie, maar voor deze tour is bassist Timothy Mislock opgetrommeld om de livesound aan te sterken. De volle zaal is inmiddels een waar broeinest geworden, zó warm is het er. Opener 'Parenthesis' kan gelijk rekenen op veel publieksrespons, het is goed om te zien dat de sfeer er prima inzit. De vocals van Peter Silberman klinken onnatuurlijk hoog en dit, samen met een groter aandeel voor allerhande elektronica zorgt voor een ietwat duistere, beklemmende sfeer.
Intro's en outro's van nummers worden aangekleed met special effects die aangestuurd worden door toetsenist Darby Cicci. Met een speciale microfoon vervormd hij via z'n stem de toonhoogte van de synthesizerklanken. Mede hierdoor klinkt het geheel ietwat psychedelischer en vooral meer experimenteler. Het grootste deel van de gespeelde nummers zijn meeslepend, dit zorgt ervoor dat de heren bandleden in een soort trance lijken te verkeren. De nummers van The Antlers -zowel op debuutplaat Hospice als op nieuweling Burst Apart- zijn zeer emotioneel, maar door eerder genoemde trance en een apatische gezichtsuitdrukking blijven de emoties een beetje op het podium hangen.
Het is alsof podium en zaal gescheiden worden door een glazen wand. De band lijkt de afstand een beetje te dichten door steevast te zeggen hoe blij ze zijn om in Amsterdam te spelen, maar na verloop van tijd gaat dit vooral erg oncomfortabel voelen. Gelukkig beperkt de band zich niet tot het simpelweg opvoeren van wat liedjes, want nummers worden live compleet uitgebouwd. Zo sieren de heren 'Every night my teeth are falling out' op met een flinke echo en schotelen ze een lange en meeslepende versie van 'Putting the dog to sleep' voor. Het geluid klinkt zeer helder en met behulp van een stemvervormer en elektronische drums weet de band het geheel nog meer aan te kleden.
Live is de band wellicht wat afstandelijk, maar door de rijke sound is het meer dan zomaar een optreden.
(Jeffrey Zweep)